FC Den Bosch opgelucht, rechtbank geeft club grotendeels gelijk in kwestie Jordania

Foto: Kees Vos fotografie

De Rechtbank Oost Brabant in ’s-Hertogenbosch heeft FC Den Bosch grotendeels in het gelijk gesteld in de rechtszaak die voormalig beoogd grootaandeelhouder Kakhi Jordania tegen de club had aangespannen. Jordania vorderde ruim 2 miljoen euro, waarvan volgens de rechtbank een bedrag van € 240.000,- voor toewijzing in aanmerking komt. Daar staat echter tegenover dat ook de tegenclaim van FC Den Bosch deels is toegewezen.

De hoogte van deze claim moet weliswaar in een zogenaamde schadestaatprocedure exact worden vastgesteld, maar op basis van het oordeel van de rechtbank zal deze schade van FC Den Bosch het aan Jordania te betalen bedrag naar verwachting ruimschoots overstijgen. Hiermee komt zicht op een einde aan een langslepende kwestie die de Bossche eerstedivisionist sinds de zomer van 2019 in z’n greep hield.

FC Den Bosch en zakenman Jordania bereikten in juli 2018 overeenstemming over de overname van de aandelen van de club. Voorwaarde voor de uitvoering van die overname was dat de Licentiecommissie van de KNVB haar fiat zou geven. Dat deed de commissie niet. Jordania stelde zich daarna onverwachts op het standpunt dat hij zijn investeringen terug wilde en dagvaardde FC Den Bosch in augustus 2019, nadat pogingen om het mislukte overnametraject in onderling overleg af te wikkelen strandden. De inzet van de rechtszaak die volgde op 9 maart dit jaar, was een vordering van ruim € 2 miljoen van Jordania op FC Den Bosch enerzijds en een vordering van FC Den Bosch op de Georgiër van een kleine € 400.000,– anderzijds.

FC Den Bosch liet zich in de civiele procedure bijstaan door mr. Herman Knotter en mr. Kim van de Wiel van LXA Advocaten. Mr. Knotter over het vonnis: “De Rechtbank heeft de kwestie met een meervoudige kamer van drie rechters uiterst serieus genomen. Die zorgvuldigheid bleek ook uit de bijna zeven uur durende zitting zelf, waarin de rechters veelvuldig vragen stelden aan partijen over de aangevoerde processtukken. De kamer heeft vervolgens de tijd genomen om de verkregen informatie te bespreken en inhoudelijk te beoordelen. De bevindingen van de Rechtbank liggen in lijn met onze verwachtingen. Met meer dan 100 pagina’s met verklaringen, mails, toezeggingen en dergelijke aan veelal waterdichte bewijsvoering, was er op de meeste punten weinig ruimte voor een andere interpretatie. Ten aanzien van de punten waar die duidelijkheid ontbrak of de waarheid meervoudig leek, was het nog even spannend of het de ene of de andere kant op zou vallen. Die verschillende perspectieven, die allemaal hun plek hebben, zijn in de meeste gevallen in het voordeel van FC Den Bosch  uitgelegd. Wij zijn tevreden met de uitspraak. ”

Mr. Rob Kleijzen, portefeuillehouder juridische- en supporterszaken namens de Raad van Commissarissen van FC Den Bosch: “Voor iedereen met een blauwwit hart is het een onzekere periode geweest. Velen waren bang voor het voortbestaan van de club. Wij hadden vanaf het begin vertrouwen in een goede afloop, maar je blijft natuurlijk afhankelijk van hoe de Rechtbank het ziet. Het lastige is ook dat je dat vertrouwen alleen kunt uitspreken, maar nauwelijks kunt onderbouwen. Je wilt je kaarten immers niet bloot geven en  geen voorschot nemen op de rechtspraak. Wat overheerst is dus vooral opluchting. Blij zijn we wel, maar dan vooral voor onze supporters en sponsors. Plezier putten we niet uit deze rechtszaak. We zijn een voetbalclub. Dan wil je winnen op het voetbalveld. Procedures kosten energie en geld en zorgen voor ruis. Liever waren we er daarom in onderling overleg uitgekomen. De situatie heeft ons lang gegijzeld gehouden en zolang je er geen streep onder kunt zetten, kun je niet echt verder. Nu kijken we vooruit. Al zo’n 900 supporters hebben hun seizoenkaart verlengd. Ook vrijwel alle sponsors hebben de club niet laten vallen en blijven aan boord. Jack de Gier bracht de durf in de lurven terug. Op dat nieuwe elan en op de trouwe clubliefde van de achterban die ons overeind hield, kijken wij uit naar een nieuw seizoen met elkaar en met nieuwe perspectieven.”

Op dit moment is nog niet duidelijk of Jordania tegen het vonnis in beroep gaat. Zoals gebruikelijk bij een civiele procedure, heeft hij dit recht gedurende drie maanden vanaf de dag dat het vonnis is gewezen. Mr. Knotter verwacht echter niet dat Jordania veel kans maakt om in hoger beroep alsnog een beter resultaat te realiseren. In tegendeel: “Dit vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank, waarbij alle door partijen ingenomen stellingen en ingebrachte stukken zorgvuldig zijn beoordeeld. Ik acht de kans dat het Gerechtshof voor wat betreft de vordering van Jordania in hoger beroep tot een andere oordeel komt minimaal. Daarbij is een gedeelte van de tegenvordering van FC Den Bosch als ‘onvoldoende onderbouwd’ afgewezen. Mocht Jordania in hoger beroep gaan, dan zal ook FC den Bosch in hoger beroep gaan en trachten die onderbouwing alsnog aan te leveren. Ik acht de kans dat FC Den Bosch daarin slaagt aanmerkelijk groter dan de kans dat Jordania een hoger bedrag krijgt toegewezen.  Maar uiteindelijk is de beslissing om wel of niet in hoger beroep te gaan aan Jordania.”

De Rechtbank heeft bepaald dat de exacte hoogte van de schadevergoeding die Jordania aan FC Den Bosch moet betalen, via een aparte procedure bepaald moet worden. FC Den Bosch start deze schadestaatprocedure op de kortst mogelijke termijn. In deze procedure wordt niet meer gediscussieerd over de gehoudenheid van Jordania om de schade van de benadeelde, FC Den Bosch BV, te vergoeden. Deze procedure gaat louter over de hoogte van de schade.

 

 

Reacties