Stuyt gaat te werk als een “woeste doodsorkaan. Hij heeft een ‘groote onevenwichtigheid tusschen oud en nieuw doen ontstaan. Het nieuwe overstemt het oude volkomen, ’ zo schrijft H.P. Coster, secretaris van de Koninklijke Oudheidkundige Bond (KNOB) al in 1914.
Jan Stuyt heeft een nieuw ontwerp gemaakt voor wat later de Sint-Catrienkerk in ’s-Hertogenbosch wordt. Daarvoor moet wel de oude Kruiskerk uit 1842 gesloopt worden. Stuyt wil immers een koepelkerk. Kerkenbouwer Stuyt staat rond 1900 te boek als een ‘moderne’ architect. Hij probeert nieuwe vormen uit, weg van de gangbare neogotiek in die dagen. Hij wil ronde vormen en koepelkerken. Maar volgens menig ‘monumentenwachter’ uit die dagen heeft hij vaak te weinig oog voor het oude. Jan Stuyt is overtuigd van zichzelf en zijn ontwerpen. Als daar iets ‘ouds’ voor moet wijken dan is dat maar zo.
Beetje brutaal en arrogant eigenlijk wel. Je vindt je eigen ontwerp beter dan dat van de ander. Een architect die een betekenisvol gebouw wil ontwerpen en neerzetten moet wel overtuigd zijn van zichzelf, brutaal ook wel.
Er ontstond in de jaren rond 1950 zelfs een stroming in de architectuur die Brutalisme werd genoemd. Het is een uit het modernisme voortkomende internationale bouwstijl die leidde tot nogal intimiderende betonkolossen, soms gewoon Oostblokarchitectuur genoemd. In het woord brutalisme zit ‘brutal’ en ‘brut’: ruw, rauw, onbewerkt.
Het Brutalisme kreeg overal zijn toepassingen, zeker ook in ’s-Hertogenbosch. Het Provinciehuis van Hugh Maaskant (1907-1977) is wel het meest eminente voorbeeld. Stel je voor, Maaskant had die kolos graag in de binnenstad neergezet.
Brutalisten keken vooral naar hun eigen ontwerp, of dit in de omgeving paste, het was hem een worst. Voorbeelden daarvan in ’s-Hertogenbosch zijn: de voormalige Bank van Mierlo (nu Juridisch loket) aan de Stationsweg en de betonnen kolos van wat eens ‘de nieuwe V & D’ van 1965 aan de Pensmarkt in ’s-Hertogenbosch, ontworpen door de broers Herman en Evert Kraaijvanger
Het Brutalisme hoeft natuurlijk niet altijd in de weg te zitten. Denk maar aan het Cementrum bij de Rompert, de Molukse kerk aan de Ploossche Hof, het Woongebouw aan de Schubertsingel en de bolwoningen in de Maaspoort
Het Historisch café en de Knillispoort organiseren op Open Monumentendag een themadag. Die staat in het teken van het brutalisme, in al zijn verschijningsvormen, vooral in ’s-Hertogenbosch.
Hugh Maaskant kon er wat van maar Jan Stuyt de bouwer van de Sint-Jacobskerk (nu Jheronimus Bosch Art Center) liet zich ook niet onbetuigd. Brutalisme is van de jaren ’50 en ’60, ‘brutale architectuur’ is van alle tijden.
Dat gebeurt met lezingen, van onder meer van Wies van Leeuwen, architectuurhistoricus, een architect, een aannemer en …?
De moeite waard is ook een expositie van Bossche voorbeelden van Brutalisme. Werkgroepleden zijn er speciaal op uit gegaan om een aantal ‘brutalistische’ gebouwen treffend in beeld te brengen.
Hiervan zijn groot formaat afdrukken gemaakt en deze afdrukken met onderschriften kunt u komen bewonderen. De aanwezige werkgroepleden op Open Monumentendag gaan graag met u in gesprek.
over de ‘brutalistische’ bouwstijlen in onze stad. Welk gebouwen roepen bij u gevoelens van Brutalisme op en waarom?
Het programma op 13 september in de Knillispoort begint om 10.00 uur en eindigt omstreeks 17.00 uur.
Lezing Wies van Leeuwen om 11.00 en 14.00 uur.
Daaromheen gesprekken rond Brutalisme.
[DT1]Wat minder belerend > meer beschrijvend