Een school in ’s-Hertogenbosch heeft onvoldoende onderbouwd waarom zij een dertienjarige leerling heeft verwijderd. De jongen moet weer direct tot school worden toegelaten. Dit besliste de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant vandaag in een spoedprocedure.
De jongen maakte met GrokAI een aantal filmpjes en deelde die in maart jl. via TikTok. Op die filmpjes werd één van zijn docenten op een racistische manier afgebeeld. De schoolleiding confronteerde de leerling met de filmpjes en hij gaf toe dat hij ze had gemaakt. De jongen werd vervolgens geschorst en daarna van school verwijderd. Zijn ouders stapten daarop naar de rechter.
School
Volgens de school is voortzetting van het onderwijs aan de
leerling niet langer verantwoord en zijn de rust, orde en veiligheid binnen de
school door de filmpjes ernstig in het geding gekomen. Nadat de TikTok-filmpjes
waren ontdekt, was volgens de school sprake van acute en breed gedragen
gevoelens van onrust en onveiligheid onder het onderwijspersoneel. De school
stelt bovendien dat er een patroon van incidenten met deze leerling is.
Interventies daarop leidden niet tot een gedragsverandering. Een minder ingrijpende maatregel dan
verwijdering is volgens de school niet mogelijk.
Ouders
De ouders van de jongen vinden dat hun zoon onterecht wordt
verweten dat hij alle filmpjes heeft gemaakt. Er zou ook content in het dossier
zitten die door een andere leerling is gemaakt. Ook zou hun zoon de filmpjes
uit eigen beweging (na anderhalve dag) hebben verwijderd, omdat hij zich
realiseerde dat het niet kon wat hij had gedaan. Volgens de school gebeurde dit
pas nadat zij hem ermee hadden geconfronteerd. De eerdere incidenten die de
school aanhaalt, betwisten de ouders. Bij een aantal incidenten was de jongen
niet aanwezig en bij andere voorvallen was zijn aandeel minimaal.
De ouders zeggen zich bewust te zijn van de impact die
racistische en discriminerende content op een docent kan hebben en zij vinden
het heel erg wat de jongen heeft gedaan. Zij stellen echter dat de school niet
heeft gemotiveerd waarom de veiligheid van de hele school zou zijn geraakt. Er
is aan de jongen of zijn ouders ook geen mogelijkheid tot herstel geboden omdat
het aan hen verboden is om met de docente in kwestie of met andere docenten
contact te zoeken.
Oordeel rechter
De voorzieningenrechter vindt het zeker voorstelbaar dat de
filmpjes shockerend waren voor degenen die ze hebben gezien, en het is ook
voorstelbaar dat anderen dan de bewuste docente er aanstoot aan hebben genomen
of erdoor zijn gekwetst. De voorzieningenrechter stelt echter vast dat de
school niet heeft onderbouwd dat sprake was van breed gedragen gevoelens van
onrust en onveiligheid bij het onderwijspersoneel, zodanig dat verwijdering van
de leerling daardoor noodzakelijk werd. Er zijn bijvoorbeeld geen verklaringen
waaruit dat blijkt.
De school kan verder niet goed uitleggen waarom in het geval
van de andere leerling die betrokken was bij het incident, anders is gehandeld.
Hij is niet verwijderd van school. De ernst van de incidenten die zijn
opgetekend in het leerlingendossier is niet van dien aard dat daarmee het
verschil in handelen kan worden verklaard. Bovendien worden de incidenten,
waarvan een groot deel het niveau van kattenkwaad niet ontstijgt, betwist en
zijn ze niet erg duidelijk omschreven in het logboek van school.
Daarbij komt dat de leerling verschillende keren heeft
aangeboden om aan de betrokken docente persoonlijk excuses te maken, maar dat
hij die mogelijkheid niet heeft gekregen. Ook de ouders is verzocht om alleen
nog via de schoolleiding te communiceren. Dat is niet onbegrijpelijk, maar het
kleurt wel het beeld in dat ouders schetsen van een deur die al vroeg werd
dichtgegooid en waar overleg of een gesprek niet meer mogelijk was. Hier laat
de school een flinke steek vallen.
Jonge leeftijd
De school hield ook onvoldoende rekening met de belangen van
de leerling. Volgens de school kan hij naar een andere passende school. Daarbij
is echter geen aandacht besteed dat de jongen volgens zijn ouders veel baat
heeft bij het doubleren, dat hij in dit tweede brugklasjaar vrienden heeft
gemaakt en dat hij er alles aan wil doen om zich van zijn beste kant te laten
zien. Bovendien was de jongen ten tijde van het incident pas dertien jaar, een
leeftijd waarop kinderen nog niet goed in staat zijn om alle gevolgen van hun
handelen te overzien. Natuurlijk gaat dit incident over alle grenzen van wat
aanvaardbaar is en zelfs over de grenzen van wat strafbaar is, heen. Maar dat
betekent niet dat zijn handelen helemaal los kan worden beschouwd van zijn
leeftijd, iets wat de school onmiskenbaar wel doet.
Al met al vindt de voorzieningenrechter dat de school niet
tot het besluit had mogen komen om de leerling te verwijderen. Omdat beide
partijen nu belang hebben bij duidelijkheid, voorziet de voorzieningenrechter
zelf in deze zaak en beslist ook direct op het ingestelde beroep. De
leerling moet weer direct tot school worden toegelaten. In de uitspraak richt
de voorzieningenrechter zich tot slot in een aparte passage specifiek tot de
jongen.