In 2025 gaf 37 procent van de mensen aan zich in het
algemeen wel eens onveilig te voelen. Dat is een toename in vergelijking met
2019, toen 33 procent van de mensen dit kenbaar maakte. Bij jonge vrouwen is
dit percentage fors hoger: zes op de tien voelden zich vorig jaar soms
onveilig, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Deze gegevens komen uit
de
Veiligheidsmonitor 2025, een tweejaarlijkse enquête onder mensen van 15
jaar of ouder. In totaal hebben 200.000 mensen aan het onderzoek meegedaan.
De afgelopen twintig jaar zijn de algemene
onveiligheidsgevoelens wel gedaald: in 2005 liet nog 50 procent van de
ondervraagden weten zich soms onveilig te hebben gevoeld. Vanaf 2021 namen de
onveiligheidsgevoelens weer toe. In 2025 waren deze met 37 procent net zo hoog
als tien jaar eerder.
Er zijn twee keer zo veel jonge vrouwen (60 procent) als
mannelijke leeftijdsgenoten (27 procent) die zich af en toe onveilig voelen.
Van de inwoners in grote steden had 43 procent ermee te kampen, tegenover 29
procent van de bevolking in niet-stedelijke gemeenten. Het zijn vooral de
inwoners in de grootste gemeenten waar de algemene onveiligheidsgevoelens in
verhouding hoog liggen. Zo voelt 59 procent van de inwoners in het Amsterdamse
Basisteam Centrum-Burgwallen, 57 procent in het Rotterdamse Basisteam Centrum
en 54 procent in het Basisteam Utrecht-Centrum zich wel eens onveilig. De
onveiligheidsgevoelens zijn in verhouding laag in Twente-West (21 procent) en
Noordoost-Twente (20 procent).
Traditionele en online criminaliteit
In 2025 bleef het aandeel slachtoffers van traditionele
vormen van criminaliteit, zoals inbraak, diefstal, geweld en vernieling met 20
procent onveranderd. Dit zijn ongeveer 3 miljoen mensen. Tussen 2021 en
2023 was er nog sprake van een stijging, vooral bij geweldsdelicten. Daarvoor
daalde dit tien jaar lang. Cijfers over geregistreerde misdrijven geven
hetzelfde beeld. In 2025 kregen wij ongeveer evenveel meldingen van
traditionele misdrijven als in eerdere jaren. Wel zijn er kleine verschillen per
soort misdrijf. Het aantal diefstallen, verduisteringen en inbraken daalde in
vergelijking met 2023 met 3 procent, terwijl het aantal vernielingen en
beschadigingen steeg met 2 procent. Ook het aantal geweldsdelicten en seksuele
misdrijven nam toe, met 9 procent.
In 2025 zei 17 procent van de 15-plussers in de afgelopen
twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van online criminaliteit. Dit is
iets meer dan in 2023, maar gelijk aan 2021. Wel kwamen meer mensen in
aanraking met online oplichting en fraude dan in de jaren daarvoor. Vooral
aankoopfraude, waarbij bestelde en betaalde goederen of diensten niet worden
geleverd, nam toe. Hacken komt minder voor dan in 2021.
Slachtoffers
65-plussers zijn het minst vaak slachtoffer van online
criminaliteit. Jongeren tussen de 15 en 25 jaar hebben relatief vaak te maken
met online bedreiging en intimidatie.
Een op de vijf slachtoffers van online criminaliteit geeft
aan dat het online delict heeft geleid tot emotionele of psychische problemen
en/of financiële problemen. Emotionele of psychische problemen worden het
vaakst genoemd: 17 procent had hier last van, 8 procent kreeg financiële
problemen. Van alle slachtoffers van online criminaliteit meldde 52 procent bij
een instantie wat hen overkomen is, 15 procent deed aangifte bij de politie.
Van de inwoners van Nederland gaf 18 procent aan vaak of
soms respectloos behandeld te worden door onbekenden op straat. In het openbaar
vervoer ligt dat percentage op 10 en een bijna vergelijkbaar percentage door
personeel van winkels of bedrijven. Het minst wordt respectloze behandeling
ervaren van personeel van overheidsinstanties en van bekenden zoals partner,
familie of vrienden (beide 7 procent).
Meer ervaringen met discriminatie
Ruim 1 op de 10 (12 procent) zegt zich gediscrimineerd te
hebben gevoeld. Dat is iets meer dan in 2023. 41 procent van de mensen die
vorig jaar een of meer ervaringen met discriminatie hadden, zegt dat dit was op
grond van ras of huidskleur. In 2023 was dat 39 procent. Bij 34 procent van de
mensen met discriminatie-ervaring ging het om nationaliteit, bij 29 procent om
geslacht, en bij 17 procent om leeftijd. Discriminatie op grond van godsdienst
of levensovertuiging werd in 2025 door 19 procent van de mensen met
discriminatie-ervaring genoemd, in 2023 was dat 16 procent.
Van de mensen met discriminatie-ervaring zegt 39 procent dat
dit door instanties of professionals gebeurde, bijvoorbeeld de landelijke
overheid, een politicus, de gemeente of de politie. Ruim de helft (53 procent)
van de mensen met discriminatie-ervaring geeft aan hierdoor minder vertrouwen
in mensen te hebben. Ruim een kwart (26 procent) voelde zich er minder veilig
door. In 2023 lag dit percentage lager (21 procent). Verder kreeg 14 procent
depressieve klachten en 11 procent slaapproblemen.
11 procent van de mensen die zich gediscrimineerd voelden,
meldde dit bij een of meer instanties. 2 procent van degenen die zich
gediscrimineerd voelden, deed aangifte bij de politie. Dit komt overeen met
2023.
Contact met de politie
In 2025 had ruim een kwart van de inwoners van Nederland een
of meerdere keren contact met de politie. Dit is bijna hetzelfde als in 2023 en
2021. De tevredenheid over het contact met de politie verschilt weinig naar de
plek waar dit plaatsvond: ongeveer 2 op de 3 zijn (zeer) tevreden over dit
contact, zowel in de eigen buurt, elders in de eigen gemeente als daarbuiten.
Op de lange termijn, vanaf 2005, is de tevredenheid over het contact met de
politie in de eigen gemeente met 20 procent toegenomen.
8 procent van de inwoners van Nederland meldt dat zij in
2025 gecontroleerd zijn door de politie. Een ruime meerderheid van hen (81
procent) zegt dat de politie hen bij de controle rustig, respectvol en correct
behandelde. Eén op de tien personen denkt dat hun afkomst, huidskleur of
uiterlijk een reden was voor de controle.
Ruim 1 op de 3 (35 procent) is (zeer) tevreden over het
functioneren van de politie in de buurt. 8 procent is (zeer) ontevreden en 29
procent is niet tevreden en niet ontevreden. Bijna de helft (48 procent) is
(zeer) tevreden over het functioneren van de politie in het algemeen. 10
procent is (zeer) ontevreden en 29 procent is niet tevreden en niet ontevreden.
Vergeleken met 2005 is de tevredenheid over het functioneren van de politie in
de buurt met 4 procent gestegen. Vanaf 2019 is wel een afname zichtbaar.
Zichtbaarheid
Van de ondervraagden zegt 9 procent de politie vaak in de
eigen buurt te zien, 35 procent soms, 42 procent zelden en 14 procent nooit.
Een meerderheid (56 procent) geeft dus aan de politie zelden of nooit in de
eigen buurt te zien. Dit is vergelijkbaar met 2023 en 2021. Ruim 3 op de 10
zijn (zeer) tevreden over de zichtbaarheid van de politie in de eigen buurt;
ruim 2 op de 10 zijn (zeer) ontevreden hierover. De rest is tevreden noch
ontevreden (36 procent) of heeft geen oordeel over de zichtbaarheid van de
politie in de buurt (12 procent). De tevredenheid over de zichtbaarheid van de
politie in de buurt is in 2025 bijna hetzelfde als in 2023 en 2021. De
zichtbaarheid van de politie in de buurt en de tevredenheid hierover is in meer
verstedelijkte buurten groter dan in minder verstedelijkte buurten.