Dit jaar zou weleens een bijzonder goed wespenjaar kunnen
worden. Nadat het in 2024 - nota bene het Jaar van de wesp - velen opviel dat
er maar weinig wespen te zien waren, zijn de voorboden voor 2025 erg goed. De
waarnemingen op waarneming.nl geven daar al een indicatie voor, en de
Wespenstichting krijgt dagelijks al vele hulpaanvragen. Deze signalen wijzen op
een mogelijk goed wespenjaar, maar het weer kan nog roet in het eten gooien.
Ruim de helft meer dan vorig
jaar
Op waarneming.nl zijn tot 14 april dit jaar al 2034
waarnemingen van de zes meest voorkomende sociale wespensoorten in Nederland
gedaan. Dat is 60 procent meer dan in 2024, toen er ruim 1300 waarnemingen van
deze zes soorten zijn gemeld. Deze cijfers zeggen op zich nog niet alles. Zo
was 2022 een heel goed wespenjaar, terwijl het aantal meldingen toen lager lag
dan in 2024, wat als een heel slecht wespenjaar wordt gezien. Een nat voorjaar,
waarin alleen maart een droge maand was, en een evenzo nat begin van de zomer
hebben in 2024 bijgedragen aan een slechte start van veel wespennesten, die in
dat jaar dan ook niet slaagden.
Dit betekent dan ook dat de huidige cijfers vooral een
eerste indicatie zijn en dat een voorspelling voor 2025 niet met zekerheid te
maken is. Het voorjaar is relatief droog geweest en de temperaturen zijn sinds
half maart erg gunstig voor insecten, en daarmee ook voor wespen, maar een
lange natte periode zou altijd nog ongunstig kunnen uitpakken voor de jonge
wespennesten. Wanneer er dit jaar weer een lange natte periode volgt, kan dat
er alsnog voor zorgen dat veel wespennesten het einde van het seizoen niet
halen.
Jaren lastig te vergelijken
Daarnaast speelt volgens de Wespenstichting mee dat
steeds meer mensen waarneming.nl zijn gaan gebruiken, waardoor de jaarlijkse
waarnemingen niet een op een met elkaar te vergelijken zijn. “We zien dit jaar
echter ook een forse toename van het aantal hulpaanvragen, terwijl het
wespenseizoen eigenlijk nog nauwelijks is begonnen”, zegt
Wespenstichting-voorzitter Sjoert Fleurke. De voorzitter nuanceert ook deze
cijfers door te vermelden dat de groeiende bekendheid van de Wespenstichting
bovendien bijdraagt aan het aantal aanvragen. “We zien eigenlijk jaarlijks het
aantal vragen en hulpaanvragen via onze website toenemen, omdat we steeds
bekender worden. We hebben nu dagelijks meer websitebezoekers dan in juli vorig
jaar, en het aantal vragen dat we nu krijgen is heel opvallend, zo aan het
begin van het seizoen.”
Droge winter is gunstig
Entomoloog
Aglaia Bouma van Naturalis bevestigt de
observatie van Fleurke. “Hoewel er vorig jaar relatief weinig koninginnen
geproduceerd zullen zijn, zie ik zelf nu toch vrij veel koninginnen, dus dat is
hoopvol”. Dat komt door een droge winter, aldus Bouma: "Dat betekent dat
weinig koninginnen overmand zijn door schimmels en de winter overleefd hebben.
Als het een warm en niet te nat seizoen wordt, kunnen veel nesten succesvol
uitgroeien.”
Zachte winters zijn beslist geen gunstige omstandigheden
voor overwinterende wespen, bevestigt Fleurke. “Wespenkoninginnen hebben lage
temperaturen nodig om een goede winterslaap te vatten, bij hogere temperaturen
ontwaken ze tussendoor, wat ze nogal wat energie kost. Dat is beslist niet
gunstig. Daarnaast zijn zachte winters vaak nogal vochtig, waardoor schimmels
om zich heen kunnen grijpen.”
Paniek niet nodig
Een goed wespenjaar wordt al snel als een jaar met
“wespenoverlast” betiteld. Dat is onnodige paniek volgens Fleurke. “Overlast is
een subjectief gegeven, en als er al sprake is van overlast, is dit eigenlijk
altijd lokaal.” Bouma wijst op de functie van wespen binnen het ecosysteem: “Ze
jagen op insecten waar er heel veel van kunnen zijn, zoals vliegen, rupsen en
muggen en zijn daarmee biologische dierplaagbeheersers, ze ruimen kadavers op
en bestuiven planten..”
Wie een wespennest aantreft hoeft dan ook niet direct in
actie te komen. Volgens de Wespenstichting
slaagt slechts circa 10% van alle embryonale
nestjes, en is afwachten tot de eerste werksters verschijnen het verstandigst.
Als een nest toch slaagt, zijn er maatregelen mogelijk die natuur- en
diervriendelijk zijn, en meestal minder kosten dan het inschakelen van een
ongediertebestrijder. In het uiterste geval kan een wespennest verplaatst
worden, waardoor er geen gif nodig is. Dat gif doodt wespen namelijk niet
meteen, waardoor ze het meenemen de natuur in en waarmee ze ook andere insecten
besmetten.
Kentering bij gemeenten
Er is ook een kentering gaande bij gemeenten in
Nederland. Zo nam de gemeenteraad van Almere onlangs de
Nota Dieren aan, waarin staat dat de gemeente
wespennesten zo veel mogelijk ongemoeid laat, en nesten die niet veilig kunnen
blijven zitten, verplaatst worden. Op de website van de Wespenstichting
valt
te lezen dat in de afgelopen jaren grote gemeenten als Amsterdam,
Utrecht, Enschede en Apeldoorn de adviezen op de gemeentelijke websites hebben
aangepast.