Elk jaar zetten veel Noord-Brabanders de stap om alsnog
beter te leren lezen, schrijven, rekenen of om te gaan met computers en
smartphones. Na een cursus kunnen zij beter meedoen op de arbeidsmarkt en in de
samenleving.
Stichting Lezen en Schrijven zoekt deze helden en hun persoonlijke
verhalen. Iedereen in Noord-Brabant kan tot en met donderdag 16 april een
Taalheld nomineren voor de Taalheldenprijs via
www.taalheld.nl. Voorwaarden
aan nominaties staan op de website.
Prijs
Op maandag 11 mei maakt Stichting Lezen en Schrijven de Taalheld van
elke provincie bekend. Die twaalf helden maken kans op de landelijke
Taalheldenprijs. Er zijn 2 categorieën: juryprijs en
publieksprijs. In juni reikt H.K.H. Prinses Laurentien der Nederlanden,
oprichter van de stichting, de prijzen voor de elfde keer uit.
De prijs is er voor volwassenen die op latere leeftijd alsnog hun
basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) verbeteren. Hun
persoonlijke verhalen inspireren weer velen anderen om de stap te
zetten naar een cursus basisvaardigheden.
Helden
In Nederland hebben 3 miljoen mensen van 16 tot en met 75 jaar moeite met
lezen, schrijven en rekenen. Dat is 1 op de 5. Vaak vinden zij
omgaan met apps, computers en smartphones lastig. Dat heeft grote
gevolgen voor hun leven. Mensen vinden moeilijker een baan. Ze leven ongezonder
en ze hebben minder grip op hun geldzaken. Velen voelen
angst en schaamte. Ze vertellen daarom niet aan anderen dat ze moeite hebben
met deze basisvaardigheden. Mensen die op latere leeftijd alsnog op cursus
gaan, zijn allemaal helden. De
Taalheldenprijs geeft hen een podium. Achmea en de
Nationale Postcode Loterij maken de uitreiking van de Taalheldenprijs mede
mogelijk. Dankzij deze partners kan Stichting Lezen en Schrijven de
Taalhelden extra bedanken.
Jako, Taalheld 2025 in de categorie Juryprijs:
“Op school keek ik liever naar de vogels buiten dan naar de letters in mijn
boek. Ik stopte snel met school en ging werken. Op mijn werk zei mijn baas dat
ik Nederlandse les kon krijgen. Ik kwam thuis en zei: ‘zijn ze gek geworden, ze
willen me naar school sturen’. Vroeger schaamde ik me, maar door de lessen heb
ik meer zelfvertrouwen gekregen. Ik ben er trots op dat ik deze stap heb gezet.
Ik help nu ook anderen. Dat vind ik het allerbelangrijkst. Na mij zijn veel
collega’s ook gaan leren. Tegen anderen zeg ik: ‘schaam je niet. Het is
moeilijk om hulp te vragen. Maar het werkt écht’.”