Zorgverzekeraars zijn door een rechterlijke uitspraak
over dure medicijnen "zeer bezorgd" over het inperken van hun
mogelijkheden om lagere prijzen af te dwingen. De kortgedingrechter in Arnhem
bepaalde dinsdag dat de verzekeraars moeten stoppen met beleid waarin ze alleen
nog een goedkoper middel dat borstkanker afremt volledig vergoeden, en twee
duurdere alternatieven niet.
Volgens Zorgverzekeraars Nederland (ZN)
"ondermijnt" de voorzieningenrechter met de uitspraak hun
"cruciale inkooprol, waarmee ze moeten zorgen dat geneesmiddelen
toegankelijk en betaalbaar blijven voor iedereen". ZN overweegt daarom in
beroep te gaan. De brancheorganisatie wijst erop dat de kosten voor dure
geneesmiddelen al jaren stijgen en leiden tot steeds hogere zorgpremies.
"Juist door het maken van prijsafspraken met farmaceuten kan deze
kostenstijging beter worden beheerst."
De uitspraak ging over zogeheten CDK 4/6 remmers. Deze
middelen verlengen de levensduur van vrouwen met uitgezaaide borstkanker die
daar niet meer van kunnen genezen. Drie fabrikanten bieden ze aan. Volgens de
zorgverzekeraars zijn de middelen gelijkwaardig en moet de prijs dus bepalend
zijn. Zo bezien is het medicijn van Pfizer het gunstigst. Concurrent Novartis
kon zich daar niet in vinden en tekende bezwaar aan.