De rechtbank in Amsterdam heeft een medewerkster van een
telefoonwebsite na onterecht ontslag op staande voet een transitievergoeding
toegekend van ruim 33.000 euro toegekend. Daarnaast moet het bedrijf haar ook
nog een billijke vergoeding van 65.000 euro betalen vanwege verwijtbaar
handelen. De vrouw had een parttime dienstverband, maar werd structureel
overbelast.
Ook heeft het bedrijf volgens de kantonrechter onvoldoende
maatregelen genomen om het werk voor de vrouw beheersbaar te maken. Verder zijn
adviezen van de bedrijfsarts genegeerd en heeft het bedrijf de
verantwoordelijkheid afgeschoven op de werkneemster.
De vrouw werk al 21 jaar bij het bedrijf als financieel
medewerkster en heeft een dienstverband van 32 uur per week. Zij verzorgt de
boekhouding van het bedrijf, die vervolgens wordt gecontroleerd door een
accountant. Op een bepaald moment laat zij haar werkgever weten dat de werkdruk
structureel te hoog is en dat er iemand bij moet. Verder dient zij een verzoek
in om thuis te mogen werken, vanwege mantelzorg verplichtingen voor haar moeder
en het werkklimaat op het kantoor. De werkgever weigert om deze verzoeken in te
willigen.
Spanningsklachten
Nog geen jaar later meldt de medewerkster zich ziek als
gevolg van spanningsklachten en griep. Hierna gaat de vrouw in gesprek met haar
werkgever. Daarbij krijgt zij te horen dat zij voortaan vijf dagen per week
hele dagen op kantoor wordt verwacht. Omdat het bedrijf met financiële
problemen kampt, moet zij van haar werkgever nog beter haar best doen. Om haar
tegemoet te komen neemt een collega enkele van haar taken over. Dit leidt niet
tot veel veranderingen, want anderhalve maand is de vrouw opnieuw ziek. Haar
werkgever heeft echter zijn twijfels bij deze ziekmelding. Ondanks deze
gespannen arbeidsrelatie en haar ziekmelding, verricht de vrouw thuis toch nog
werkzaamheden voor het bedrijf. Dit is nodig om de salarissen uit te kunnen
betalen. Verder wordt ze regelmatig gebeld door collega’s met vragen, waardoor
de vrouw totaal geen rust heeft. De bedrijfsarts bevestigt niet veel later de
arbeidsongeschiktheid van de vrouw en adviseert mediation tussen de vrouw en de
werkgever. Dit traject loopt echter op niets uit. Vanaf begin 2025 stuurt de
bedrijfsarts aan op beëindiging van de arbeidsovereenkomst en een tweede spoor
re-integratietraject.
BeschuldigdOmstreeks dezelfde periode wordt de vrouw door haar
werkgever beschuldigd van het zonder toestemming laten uitkeren van ruim 30.000
euro aan overuren. De werkneemster is het hier niet mee eens, maar wordt
desondanks op staande voet ontslagen. De vrouw start daarop een kort geding bij
de
kantonrechter.
Die stelt de medewerkster in het gelijk. De kantonrechter oordeelt dat er geen
dringende reden is voor ontslag op staande voet en veroordeelt de
telefoonwebsite tot doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en rente en
tot betaling van de proceskosten. De werkgever is op de hoogte van het feit dat
de werkneemster structureel overuren maakt en de accountant heeft de betaling
van de overuren steeds goedgekeurd. Het ontbindingsverzoek van de werkgever
wordt wel toegewezen, omdat een voortdurend dienstverband het herstel van de
werkneemster in de weg staat. De rechter oordeelt ook dat het zo kan zijn dat
de financiële situatie van het bedrijf reden is voor de directie om van het
personeel te verlangen een tandje bij te zetten. Maar dit kan geen rechtvaardiging
zijn om een
medewerkster
met een parttime dienstverband zodanig zwaar te belasten dat deze ziek uitvalt.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met
RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.