Een medewerkster van een cafetaria die haar werkgever
uitmaakte voor ‘vuil kutwijf’ is onterecht op staande voet ontslagen. Dit omdat
er volgens de kantonrechter sprake is van een eenmalig incident. De rechtbank
is van mening dat in deze situatie een officiële waarschuwing of een andere
disciplinaire maatregel meer voor de hand had gelegen. Het ontslag op staande
voet werd daarom vernietigd.
De vrouw was al ruim zeven jaar in dienst bij de cafetaria
en functioneerde al die tijd naar tevredenheid. Tot op een dag tijdens een
woordenwisseling op de werkvloer de emoties hoog opliepen. Nadat zij was
aangesproken op haar werkzaamheden, reageerde de vrouw fel en verliet zij
uiteindelijk het pand. Daarbij zou zij tegen de eigenaresse hebben geroepen:
‘Vuil kutwijf, zoek het maar uit. Ik ben weg, zoek het maar uit vanavond.’
Emotionele confrontatie
De werkgever ontsloeg de vrouw enkele dagen later op staande
voet. Volgens haar was sprake van agressief, respectloos en gezagsondermijnend
gedrag dat verdere samenwerking onmogelijk maakte. De kantonrechter keek echter
niet alleen naar de scheldpartij, maar ook naar de context waarin deze waren
geuit. Daarbij speelde mee dat het ging om een eenmalig incident tijdens een
emotionele confrontatie. Bovendien was niet gebleken dat de werknemer eerder
problemen had veroorzaakt of dat haar positie ter discussie stond.
Volgens de kantonrechter is
ontslag
op staande voet een laatste redmiddel dat alleen mag worden gebruikt
wanneer een lichtere maatregel onvoldoende is. In dit geval was een officiële
waarschuwing of andere maatregel meer op zijn plaats geweest. Dat had de
werkgever mogelijk ook een hoop kosten bespaard. Want een werkgever kan een
eenmaal gegeven ontslag niet zomaar intrekken als de werknemer daar niet mee
instemt.
Financiële compensatie
Doordat het ontslag op staande voet onterecht bleek te zijn
gegeven, mocht de werknemer vervolgens kiezen: of terugkeren naar haar oude
baan, of kiezen voor verschillende vergoedingen. De vrouw accepteerde het
ontslag, maar vorderde bij de rechtbank wel financiële compensatie. De
kantonrechter oordeelde vervolgens dat zij recht had op een billijke
vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding. Alles bij
elkaar goed voor een bedrag van meer dan 10.000 euro. Daarnaast draait de
werkgever ook op voor de incassokosten en proceskosten.
De zaak laat opnieuw zien dat werkgevers voorzichtig moeten
omgaan met op staande voet ontslag geven aan medewerkers. Dit is het zwaarste
middel dat het arbeidsrecht kent.
Partijen die in het heetst van de strijd direct naar dit
zwaarste arbeidsrechtelijke middel grijpen, lopen een aanzienlijk financieel
risico. Verstandiger is om in zo’n geval eerst
juridisch
advies in te winnen en zorgvuldig te beoordelen of een ontslag op staande
voet daadwerkelijk de enige optie is. Een impulsieve beslissing kan
uiteindelijk duurder uitpakken dan van tevoren verwacht.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met
RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.