Een werkgever betaalde keurig op tijd het salaris van de
werknemer. Toch moet hij het loon nog een keer betalen. De reden: omdat de
werknemer onder beschermingsbewind stond, had hij het geld juridisch gezien
niet zelf mogen ontvangen. Dat de werkgever niets van het bewind wist, maakt
volgens de Rechtbank Limburg geen verschil.
In deze zaak gaat het om een werknemer die sinds juni 2022
onder beschermingsbewind staat. In de zomer van 2024 werkte hij enkele weken
bij een kermisexploitant. Diebetaalde hem over die periode ruim 3.800 euro
bruto, inclusief vakantietoeslag. Het salaris werd rechtstreeks naar de
werknemer overgemaakt.
Daar leek de zaak mee afgedaan. Totdat de bewindvoerder van
de man zich ruim anderhalf jaar later meldde. Die stelde dat het loon niet aan
de werknemer, maar aan haar had moeten worden betaald. De werkgever werd
gesommeerd het bedrag alsnog te voldoen.
Werknemer had bewind moeten melden
De werkgever vond dat hij niets verkeerd had gedaan. De
werknemer had zelf aangegeven op welke rekening het salaris moest worden
gestort. Bovendien wist de kermisexploitant niet dat er sprake was van
beschermingsbewind. Volgens hem had de werknemer dat zelf moeten melden. De
kantonrechter ging daar niet in mee. Die oordeelde dat tijdens het bewind het
beheer over de onder bewind gestelde goederen bij de bewindvoerder ligt. De
werknemer was daarom eigenlijk niet bevoegd om de betaling van zijn salaris zelf
in ontvangst te nemen. Een doorslaggevende factor in deze zaak is dat het
bewind stond ingeschreven in een openbaar register. De werkgever had daardoor
kunnen weten dat hij het loon niet rechtstreeks aan de werknemer mocht betalen.
De betaling was juridisch gezien dan ook niet bevrijdend. Met andere woorden:
ondanks de eerdere overboeking stond de loonvordering nog altijd open. De
werkgever moet daarom opnieuw betalen. Niet het gevorderde brutobedrag, maar
het netto-equivalent daarvan, vermeerderd met wettelijke rente.
Geen extra straf
Een extra tegenvaller van 50 procent blijft de werkgever wel
bespaard. De bewindvoerder had ook de wettelijke verhoging wegens te late
loonbetaling gevorderd. De rechter wees die af. Hoewel niet bevrijdend was
betaald, had de werknemer zijn salaris destijds wel op tijd ontvangen. De
wettelijke verhoging is bedoeld om werkgevers te prikkelen loon tijdig te
betalen. Een extra verhoging vond de rechter daarom in deze situatie niet
gerechtvaardigd.
De praktische les van deze zaak is daarmee duidelijk: staat
een werknemer onder geregistreerd bewind, controleer dan vóór de
salarisbetaling wie bevoegd is het loon te ontvangen. Anders kan een salaris
dat al lang is betaald alsnog voor de tweede keer op de rekening komen.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met
RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.