Een werkgever die een zieke werknemer onterecht op
staande voet heeft ontslagen, kan ook bij een beperkt inkomensverlies worden
veroordeeld tot een hoge billijke vergoeding. Het gerechtshof Den Haag kende
een vergoeding van 50.000 euro bruto toe, terwijl het directe inkomensverlies
van de werknemer ongeveer 4.550 euro bedroeg. Volgens het hof is in deze zaak
bij het vaststellen van de billijke vergoeding nadrukkelijk rekening gehouden
met de noodzaak om ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever in de toekomst
te voorkomen.
De zaak draait om een werknemer van een reisorganisatie, die
sinds juli 2024 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd had. In december
2024 meldde de man zich ziek vanwege ernstige problemen met zijn
gezichtsvermogen. Later bleek dat hij vrijwel zeker leed aan de spierziekte
Myasthenia Gravis. Dit is een zeldzame chronische auto-immuunziekte waarbij de
communicatie tussen de zenuwen en de spieren is verstoord.
De werkgever had echter twijfels over de beperkingen van de
werknemer. Dit kwam mede omdat de man tijdens zijn arbeidsongeschiktheid
intensief aan hardlopen deed, korte autoritten kon maken en uiteindelijk zelfs
de marathon van Rotterdam uitliep.
Loonmaatregelen
Het bedrijf wilde de medewerker korten op zijn loon,
schakelde een bedrijfsrecherchebureau in en ontsloeg de man op 15 april 2025 op
staande voet. De medewerker stapte daarop naar de kantonrechter, omdat hij vond
dat hij ten onrechte was ontslagen. De kantonrechter stelde hem in het gelijk
en kende een billijke vergoeding van 50.000 euro toe. Verder heeft de
medewerker ook recht op een transitievergoeding van ruim 1.800 euro en een
gefixeerde schadevergoeding van 8.250 euro. De reisorganisatie ging in hoger
beroep bij het gerechtshof, maar het hof bevestigde het oordeel van de
kantonrechter dat een dringende reden voor ontslag op staande voet ontbrak. Het
onterecht gegeven ontslag en de daaraan voorafgaande werkwijze van de
reisorganisatie wijzen volgens het hof op ernstig verwijtbaar handelen van de
werkgever.
Onvoldoende onderbouwde vermoedensHet bedrijf heeft de man op basis van onvoldoende
onderbouwde vermoedens onder druk gezet. Het
inschakelen van
bedrijfsrecherche was buitenproportioneel en maakte een ernstige inbreuk op de
persoonlijke levenssfeer van de werknemer. Daarom oordeelde de rechter dat de
medewerker gecompenseerd moet worden voor het handelen van de werkgever. De
arbeidsovereenkomst van de man zou zonder het ontslag op 30 juni 2025 zijn
geëindigd en naar verwachting niet worden verlengd. Het inkomensverlies van de
man over de resterende contractperiode bedroeg daardoor slechts ongeveer 4.550
euro bruto.
Toch acht het hof een vergoeding die uitsluitend het
inkomensverlies compenseert onvoldoende. De reisorganisatie heeft bovendien
nauwelijks inzicht getoond in de ernst van haar handelen. Verder zijn het
herstel en de re-integratie van de
werknemer
hierdoor mogelijk vertraagd, met verlies van potentiële inkomsten na afloop van
het contract. De omvang van die verdere schade laat zich moeilijk vaststellen,
maar door alle omstandigheden acht het hof de toegekende billijke vergoeding
van 50.000 euro bruto passend.
Deze uitspraak bevestigt dat een billijke vergoeding niet
beperkt hoeft te blijven tot concreet berekend inkomensverlies. De ernst van
het verwijtbare handelen, de gevolgen daarvan en de noodzaak om herhaling te
voorkomen kunnen een aanzienlijk hogere vergoeding rechtvaardigen.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met
RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.